Foto's van de Buitenlandse reis
Foto's gemaakt door Hay en Martin
| Buitenlandse reis Door: Hay |
|---|
|
We hadden al besloten eerder te vertrekken en omdat ik op 5 mei toch vrij ben was dit een mooie smoes om nog eerder te vertrekken. De hemel is blauw, de vogels fluiten om het hardst maar op de auto zit een dun laagje ijs. De thermometer wijst een schamele 2 graden aan en ik haast me om een extra legging aan te trekken. Tot Koblenz volgen we de snelweg. De hemel is nog steeds blauw, de temperatuur bedraagt dan een armzalige 7 graden en de handvatverwarming staat nog steeds aan. We gaan de Hundsrückhöhenstrasse op met bochten door het groen en met opvallend weinig verkeer en slingeren door kleine dorpjes. De lucht trekt dreigend dicht en daarom kiezen we van Ludwigshafen tot Heilbronn voor een stuk snelweg. Het Murrtal en de Idyllische Strasse zijn voor mij onbekend gebied maar nodigen uit om nog een terug te komen. Na wat slapende dorpjes komen de eerste haarspeldbochten. Het begint zachtjes te regenen en een eind boven Ulm kiezen we toch weer voor de snelweg want de temperatuur is van 11 graden weer teruggezakt naar 6 en de Zumo geeft aan dat we via de geplande route pas om acht uur in het hotel zullen zijn. Vanmorgen hebben we alleen een kop koffie gehad en bij de tankstops een broodje uit de hand dus het wordt onderhand tijd voor een warme kop soep in een Raststätte. Van de afrit bij Kempten is het niet ver meer naar Hotel Dubrovnik in Marktoberdorf. Na 810 km, een goed maal, Weizenbier en een paar slivovitsj liggen we om half tien op bed. We proberen zo lang mogelijk in bed te blijven liggen ook al gaan de ogen om vijf uur al open. We hebben immers tijd genoeg. Na een rijkelijk ontbijt gaan we in een vochtige wereld op pad. Schloss Neuschwanstein gaat gebukt onder een neveldek en Oostenrijk verwelkomt ons met regen. De route naar de Fernpas is deels omgeleid wat alleen maar méér mooie kilometers oplevert. Na de Fernpas (1.210 m) gaat het ergens rechtsaf naar Piller, richting Reschenpas. Smal –soms erg smal- met eersteversnellings-werk in de bochten rijden we door Natuurpark Kaunergrat (Pitztal-Kaunertal). Café-restaurant Gachenblick is zo te zien nieuw en heeft een klein museumpje. Op de derde verdieping is een zonneterras maar aan ons is dat niet besteed. Wij genieten binnen met een kop hete chocola van het uitzicht. Onder in het dal wringt het verkeer zich door nauwe tunnels, de witte bergtoppen hullen zich deels in nevels, maar in de verte lokt een streepje blauw tussen de wolken. De benzine in Oostenrijk kost € 1,25 dus gaan de tanks vóór de grens vol. Italië doet zijn reputatie eer aan en verwelkomt ons met zon maar de temperatuur blijft laag. De Reschenpas (Passo Resia) is voor ons onbekend terrein en we genieten van de bochten en het uitzicht. We volgen de Passo Padale zuidwaarts en ondanks de vele bochten houden we het tempo hoog. Na de Dolomieten houden we richting Trento aan. Dit is een grote doorgaande route met veel vrachtverkeer. Als je dan zo’n Apicar driewielertje met laadbakje vooraan hebt met 40 km/u dan heb je een rijdende chicane. Voor de Italianen is dat niet zo’n probleem want hun rijstijl is anders. Het programma “wegmisbruikers” zou hier overuren draaien maar hier trekt niemand de wenkbrauwen omhoog. Ook wij negeren af en toe de doorgetrokken strepen en stelselmatig de snelheidsborden. Het weer is net zo wispelturig als de Italianen zelf, soms zon, soms miezert het. Eén keer klimt de temperatuur naar een trotse 17 graden maar voor de rest blijft het frisjes. Vóór Trento verlaten we de route van de motorclub en gaan zuidwaarts door het natuurpark Adamello-Brenta naar Anfo, aan de oevers van het meer van Idro. Het welkom bij onze vrienden Enrico en Ada is allerhartelijkst. Een verslag van het bezoek aan onze vrienden zal ik jullie besparen. De zaterdag begint goed met blauwe lucht maar al gauw betrekt het vanuit het oosten, de richting waar we naar toe moeten. Na een overvloedig middagmaal starten we in een regenbui de motoren, iets onbegrijpelijks voor Italianen die een hekel hebben aan regen. Gelukkig breekt een eindje verderop de zon door. We gaan binnendoor van het meer van Idro door de Ledrovallei naar het Gardameer en vandaar via kleine weggetjes naar Caldonazzo. Enkelen zijn al aangekomen in de huisjes en de eerste tenten staan al. De rest druppelt langzaam binnen. We kiezen voor gemakkelijk eten, nemen een pizza en sommigen maken voor het eerst kennis met Grappa, een Italiaanse jenever. Van Moederdag hebben we hier geen last. Antoon heeft wat routes van internet gedownload en wij kiezen voor “Trento” van 182 km. Binnen enkele kilometers klimt de weg slingerend langs de bergflanken, smal en steil, naar de passo Vezzane. De haarspeldbochten zijn kort en nauw en we rijden in de eerste twee versnellingen. Links is de weg soms deels in de bergwand uitgehouwen, rechts gaat het langs de vangrails honderd meter steil omlaag. Via korte onverlichte tunnels rijden we af en toe door de berg. Voor het mooie uitzicht hebben we weinig aandacht want de bochten rijgen zich aaneen. De Passo Coe volgt en we klimmen naar 1.700 meter. De bewolking is nu nevel op de weg, de temperatuur is 7 graden en langs de weg liggen resten sneeuw. Slechts een korte stop voor een cappuccino en een “cafe-doppio” want de Monte Bondone lokt met ontelbare bochten in de donkere bossen. We dalen af via een tiental hairpins, achter en onder elkaar, af zoals op de beroemde Stelvio-pas. Het verkeer is minimaal en af en toe worden we ingehaald door snellere Italiaanse jongens. Eén keer ga ik achter een Ducati aan maar na enkele bochten wint het gezonde verstand. Wat verderop mis ik een zijweg en de Zumo gaat herrekenen. Enkele erg smalle weggetjes verder -incl. een 180 graden draai bergaf en dwars door een beekje zitten we weer op de route. Een korte stop voor een sigaretje en we delen met z’n allen wat broodjes. Na 6 uur zijn we weer terug op de camping met een gemiddelde van 30 km/uur. De avond brengen we gezellig door in de Gruun Tent. Hier hoor ik voor mij nieuwe uitdrukkingen zoals:”cappuccino-vrije koffie” en “affiniteit hebben met de recessie”. De hele nacht heeft de regen op de tent getikt. Bij het huisje van Martin staan de mensen in de rij om een route in de Zumo te laden. Buiten wordt geprobeerd een naar benzine stinkende Aprilia aan te duwen. Wij hebben de route “Trento” al gehad en kiezen voor “Merano-Merano met 1 pas” van 207 km. Na 60 km provinciale weg zetten we ons groepje in Neumarkt naast de weg en pakken de landkaart. De route is 3x niks en we tikken Passo di Rolle in op het schermpje. In Predazzo stoppen we voor koffie en Marcel haalt een laptop voor de dag om de route preciezer uit te zetten. We rijden door het skigebied van het Regionale Panevéggio-Pale di San Marino, verderop gaat het door de Dolomiti Bellunesi. Rechts is een stuwmeer waar de bergtoppen weerspiegelen in het groene water. Tunnels en galerijen volgen, met uitzicht op de rivier beneden ons. We hebben afgesproken dat we geen snelweg nemen en de route voert van Lamòn via Castello Tesino wel érg binnendoor. Als ik een zijweg mis gaat de weg via heel krappe haarspeldbochten naar boven om daar dood te lopen. José wordt er niet vrolijker van als ze hoort dat we via dezelfde bochten weer omlaag gaan. Terug op de camping blijkt dat de Aprilia nog steeds dienst weigert en “dokter” Ben is druk aan het werk met de bougies. Verder heeft een Suzuki een probleem met een losgetrilde bougie en een Moto Guzzi heeft versnellingsbakproblemen. Om zeven uur staan de meesten van ons klaar voor de excursie naar de MV Augusta fabriek. De weersvoorspelling is slecht: veel regen met ook stortbuien. De afstand is 300 km en de afspraak staat voor elf uur. Als je dan onderweg nog een tankstop moet maken met eventueel koffie dan wordt het vroeg opstaan. De terugweg zou aanvankelijk via een binnendoor route lopen. Al met al toch beter om Carmelita’s voorstel te volgen en een bus te huren. Ook financieel is het aantrekkelijker, 38 man kiezen voor het gemak, twee die-hards gaan toch met de motor. Onderweg worden we inderdaad regelmatig op regen getrakteerd en de meesten kiezen ervoor om op de snelweg naar Milaan nog wat slaap in te halen. De buschauffeur heeft een andere interpretatie van handsfree bellen; bij hem is het meer handsfree autorijden. Bij de tolpoortjes is hij steeds een fractie van een seconde te langzaam om de slagboom te raken. De fabriek van MV is ondanks het navigatiesysteem en aanwijsbordjes lastig te vinden. Hier is toch een telefoontje en de hulp van andere buschauffeur bij nodig. De entree is toch anders dan verwacht. Het geld wordt duidelijk niet uitgegeven aan luxe panden. Het bezoek is natuurlijk niet te vergelijken met dat aan de Opel Corsa-fabriek. Duits tegen Italiaans, massaproductie tegen kleinschalig, Duitse Gründlichkeit tegen Italiaanse spontaniteit. Vanwege de grote groep draven drie gidsen op maar twee zijn meteen weer spoorloos. De eerste rij bezoekers hoort nog wat uitleg, de rest zoekt het zelf uit of vraagt de monteurs. Het is de bedoeling dat we bij elkaar blijven en niet buiten de gele lijnen komen. Maar na een half uurtje is de groep verdeeld over meerdere plaatsen. We zien de productie van de F4, het sportmodel waarvan er dagelijks 30 van de band rollen. De Brutale wordt in een andere hal gebouwd, de assemblage van deelproducten zoals de motoren, achterbrug met verlichting e.d. zien we niet. We starten bij de bewerking van de gietstukken, zien dan hoe de framedelen en de voorvork aan het blok worden gebouwd en hoe de motoren worden afgesteld. Het heeft wel wat om een monteur met een motorblok op een karretje door de hal te zien sloffen. Hier draagt iedereen bij aan het product en heeft zijn eigen verantwoordelijkheid. Vóór de inbouw hebben de motoren al uitgebreid via een computerprogramma proefgedraaid. Op de proefstand worden ze nog eens getest op vermogen en remmen, en de verlichting wordt afgesteld. We eindigen in het magazijn waar ook een speciaal exemplaar staat te pronken vol carbononderdelen, een magnesium uitlaat, Brembo monoblocs en ander speciaal spul. Aanraken is verboden want met een prijskaartje van € 70.000 mag er geen krasje op komen. Bij het verlaten van de fabriek krijgen we nog een heel aparte keyring cadeau. De Italianen zijn gewend om ‘s middags overvloedig te eten. Op voorstel van de chauffeur is er in een restaurant een gezamenlijk menu afgesproken want met 38 man verdeeld over verschillende afdelingen is het natuurlijk niet mogelijk om iedereen te raadplegen. Op woensdags rijden we een rondje via de Passo del Manghen en Passo Rolle. Na een tiental kilometers komen we op de oorspronkelijke (internet)route en moet de keus worden gemaakt: linksom of rechtsom. Natuurlijk maken we de verkeerde keus en gaan tegen de route in rijden. De Zumo heeft hier aanvankelijk geen problemen mee maar gaat dan steeds weer moeilijk doen. Helaas kan het omzetten van de route in tegengestelde richting met mijn exemplaar alleen via het computerprogramma. In hetzelfde restaurant als eergisteren drinken we koffie en Marcel haalt zijn laptop maar weer tevoorschijn. De Passo del Manghen is 2.074 meter hoog en er ligt nu nog overvloedig sneeuw. Het is een herhaling van bochten en zeker in de zomer de moeite waard deze pas nog eens te rijden. Op de Passo Rolle maken we nog wat foto’s. De Passo Brocon volgt en in het nationaal park Paneveggio Pale di San Marino komen we zowaar Hein en Wim & Marij nog tegen. Ook die avond is het weer gezellig in de Gruun Tent en we laten “de jeugd” kennis maken met Grappa. Martin heeft een route uitgezet naar het oorlogsmonument van Monte Grappa. We eten wat in het oude stadje Bassano dat vooral bekend is door zijn oude houten brug met overkapping. In de oorlog is de brug gebombardeerd en in 1948 herbouwd door de genie van het leger. Het is een traditie elkaar op de brug een hand te geven wat eeuwige vriendschap moet brengen. Monte Grappa is bekend uit de Eerste Wereldoorlog. Aan de zijde van de Italianen zijn ruim 20.000 slachtoffers gevallen, aan de zijde van de Oostenrijks-Hongaarse en Duitse troepen nog eens 23.000. Het was een belangrijke bergketen omdat men van hieruit de laagvlakte -die tot Venetië loopt- kon controleren. Het museum is interessant maar vooral het gangenstelsel in de berg van 5 km lengte, waarvan een gedeelte is opengesteld. Het kon 15.000 manschappen opnemen met voorraden voor 10 dagen. Op de berg is een reusachtig monument met 20.000 naamborden voor iedere bekende Italiaanse gevallene en 2 borden voor ieder 10.000 naamlozen. Een eind verderop is nog een monument voor de slachtoffers van de andere zijde. Erg indrukwekkend en ik realiseer me hoe weinig we weten van de Eerste Wereldoorlog omdat Nederland toen neutraal was. Ondanks de mist weten het monument te vinden ook al geven 3 Zumo’s ieder een verschillende route aan. Het is er koud, het uitzicht is beperkt. Omdat José zondags een vliegtuig moet halen en we in twee dagen terug willen is voor ons het vertrek aangebroken. Onze Gruun Tent is gisteravond al afgebroken en op ons gemak pakken we alles in. Als we om elf uur vertrekken is de zon al warm. We rijden nu de omgekeerde heen-route en stoppen regelmatig voor foto’s. De Reschenpas is prachtig met zijn geelgespikkelde graslanden tegen de achtergrond van witgekapte bergen. Zaterdag, de laatste dag van de vakantie, is minder. In de morgen nog vochtig maar de hele dag met een stevige, koude zijwind die net langs het scherm doorfluit. Bij Mönchen-Gladbach schijnt de zon erg warm terwijl we in de file staan. We besluiten tussen de rijen auto’s door te rijden maar alle motorrijders worden er door de politie uitgehaald. Na een opvoedend gesprek en € 20,- armer (samen) kunnen we onze weg vervolgen. Een gedenkwaardig souvenir aan onze Buitenlandse reis 2010 naar Italië. Uitzetters en Carmelita bedankt. |
| Buitenlandse reis Door: Truus |
|---|
|
Dit jaar ging de buitenlandse reis naar de Dolomieten in Noord Italië. Er hadden zich 48 personen met 37 motoren en 1 auto aangemeld. We zijn in verschillende groepen vertrokken. Hay en José zijn al op woensdag gegaan, velen zijn vrijdag al vertrokken. Ook zijn er groepen die in één dag naar de plaats van bestemming reden. De meesten hebben echter in Oostenrijk overnacht. Wij, (Martin, Joop, Siebe, Jan, Jan en Ellen, Henk, Willie en André en Truus) zijn op zaterdag vertrokken. Het was dus die dag vroeg uit de veren, want we moesten om 06.00 uur bij parkeerplaats de Lokkant staan. Het was nog wel wat fris zo vroeg, maar het was droog. Vandaag zou het grootste deel over de Autobahn gaan. Toen we op de A61 reden zijn we bij een parkeerplaats gestopt om wat te drinken, te plassen en de benen te strekken. De een at een boterhammetje en de ander, zoals Joop, at een banaan. Joop gooide de schil in de afvalbak…he, wat lag me daar nu in die afvalbak? Een voorwerp met een jas aan. Een lol dat men had en een fantasie dat die mannen hebben, ongelooflijk. Joop had al meteen de bijnaam D-Joop. Martin was onze toerleider. André gaf onderweg aan dat we moesten tanken. Dus bij Brohtal getankt. Hier hebben we afgesproken dat we ca. 200 km zouden rijden en dan weer een tankstop maken. Nabij Ulm zijn we van de Autobahn afgegaan om zo via de toeristische route naar Oostenrijk te rijden, waar we onze overnachting hebben. Martin had er een mooie route van gemaakt door velden en bergen en dalen. Henk had al meteen toen hij zich had opgegeven een kamer geboekt in Füssen, daar zou Wil ook met de auto naar toe komen. Martin had voor ons allemaal in Oberried Langenfeld een hotel geboekt waar hij al eens geweest was. We zijn even gestopt om met Henk af te spreken hoe laat hij de volgende dag waar moest zijn om samen verder te gaan naar Candonazzo. Na hem welterusten gewenst te hebben zijn wij richting ons hotel gegaan. Het was een gezellig knus hotelletje, konden we vast krachten verzamelen voor de bergetappe van de volgende dag. Na het ontbijt zijn we naar de afgesproken plek gereden en daar op Henk gewacht. We waren redelijk op tijd. Hier hebben we kennisgemaakt met de Oostenrijkse bergen. Boven lag nog flink wat sneeuw. Je kreeg het er spontaan koud van. We hebben er ook in de sneeuw gereden en zijn bij een mooi panorama gestopt om foto’s te maken. We zijn over een stukje oude Brenner heen gekomen, erg mooi en fascinerend. Na de noodzakelijke tankstop zijn we verder gereden en in Italië dachten we een leuke gelegenheid gevonden te hebben om te lunchen. Na deze stop weer verder. Na vele haarspeldbochten en andere prachtige bochten kwamen we aan op Camping Mario in Candonazzo. Wij hadden gevraagd om een huisje naast Jan en Ellen en dat kon. We zijn toen de koffers uit gaan pakken en het bed werd opgemaakt. Ondertussen is André naar de winkel geweest. Na even gerust te hebben zijn we met Jan en Ellen langs het meer gelopen dat vlakbij de camping lag. Daarna zijn we naar het huisje gegaan en hebben de dames nog wat gedronken. Ondertussen is Rob, schoonzoon van Joop, op de camping aangekomen. Op maandag heeft André broodjes gehaald en hebben we ontbeten. Om 10.00 uur moesten we klaar staan voor een rit van 187 km met wel 100 bochten er in, dus maak je borst maar nat. Henk en Willie hebben zich bij een andere groep aangesloten en Siebe is deze dag achter Willie aangegaan, terwijl Rob zich bij ons heeft aangesloten. We gingen met 6 motoren op stap. Inderdaad veel bochten, dat was echt genieten. Ook genoten van het uitzicht. Martin was toerleider en wij met ons zijspan reden achter Martin. Opeens waren we onze volgers kwijt. We hebben bij de 1e afslag gewacht, maar er kwam niemand, wat zou er gebeurd zijn? Martin was intussen teruggekomen en is toen weer terug de bergen in geweest, wij zouden wachten. Maar ja dan wisten we nog niets, dus wij ook weer naar boven en ja hoor daar stond de rest. Rob had zijn motor kapot, de bougie was los getrild. Vermoed werd dat deze er niet goed ingedraaid was. Zo hebben ze vandaag ook weer aan teambuilding gedaan. Het was zonnig weer en we stopten bij een gasthof waar we buiten in de zon cappuccino konden drinken. Toen we afgerekend hadden kwam de groep met Jan Willem voorop ook aan rijden en stopte bij ons. Na even bijgepraat te hebben zijn we weer vertrokken. Toen Martin in een dorpje ging proberen te pinnen maakte Joop zijn motor toch wel een heel naar geluid. Klonk niet gezond maar we konden er zelf niets aan doen. Na rijp beraad is besloten dat Rob, Martin met Joop mee zouden rijden naar Trento, naar een Guzzi-dealer. Met de helft van de motoren zijn wij weer verder gegaan. Of het nog niet genoeg was: Ellen voelde zich niet lekker meer en moest een paar keer stoppen, bij overmaat van ramp maakte de zumo een navigatiefout en stonden wij in een weiland. Toen hadden we het helemaal gehad en wilden we zo snel mogelijk terug naar de camping. Daar hoorde we van Joop hoe hij het gemaakt had. Hij moest de andere dag bellen dan zou hij horen wat het was en wat er aangedaan moest worden, maar het zou op zijn vroegst donderdag zijn dat hij klaar was. Sneu voor Joop. De andere dag, dinsdag, zouden we met de bus naar de MV Agusta fabrieken gaan in Vareze, maar we moesten wel om 07.00 uur bij de receptie staan. Dus bijtijds onder de wol. Gelukkig was er een bus geregeld, want het zou heel slecht weer worden wat uitkwam, het regende pijpenstelen. De ontvangst was sober maar wel vriendelijk. We kregen 3 gidsen toegewezen, waarvan er slechts 1 Engels kon. We werden eigenlijk aan ons lot overgelaten. We moesten tussen de gele strepen blijven en dan konden we zien hoe ze een carter doen uitmeten en in elkaar zetten. Hoe men gaatjes boorden met waterkoeling. Hoe men een uitlaat monteert en een buddyseat er op zet. Als hij dan helemaal klaar is wordt hij in een afgesloten ruimte getest op uitlaatgassen e.d. dan wordt hij helemaal rijklaar gemaakt en kan hij de rollerbank op. Dat is toch wel en mooi race geluid, dat korte opschakelen. Daarna hebben we nog motors zien staan die al verkocht waren, maar op vervoer moesten wachten. Ik moet eerlijk zeggen, ik had hier meer van verwacht zoals vele anderen. We hebben niet de hele productielijn gezien. We hebben geen nokkenassen en zuigers gezien. Ook hadden we verwacht dat de motoren van Agostini en Bergamonti e.a. coureurs daar opgesteld stonden, maar niets van dat alles. Er kon zelfs nog geen kopje koffie of thee van af. We hadden eigenlijk nog een wijnproeverij aan willen doen maar daar was het geen tijd meer voor en was ook niet afgesproken. Toen we thuis kwamen hebben we aan de wijn en de cognac gezeten. Woensdag was de reis naar Grappa een oorlogsmonument uit de oorlog van 1914-1918. Voor het vertrek hebben André en Jan boodschappen gedaan met het zijspan. We zijn om 10.30 uur vertrokken. Siebe heeft zich definitief bij onze groep aangesloten. Het was nu wel droog maar fris. We hebben weer een mooie route gereden, waarin we van alles hebben gehad, regen, hagel, onweer en wind. Het was boven erg koud en mistig en nat. De heren zijn per trap naar de grafzuilen van de soldaten geweest. Ellen en ik zijn op de parkeerplaats gebleven. We hebben weer volop genoten van de rit. Na de rit met Jan en Ellen wezen eten en daarna nog na geborreld. Jan, Willie, Willie en Martien kwamen ook nog even buurten. De moppen vlogen weer over de tafel. We gingen dus met buikpijn van het lachen naar bed, maar niet voordat Jan de route voor de volgende dag is komen opladen. Op donderdag zijn we weer gaan rijden, nu een andere kant op. Intussen weten we dat de toplager in de versnellingsbak bij Joop kapot was en hij kon hem vrijdagmorgen pas ophalen. Hij heeft dus al die tijd niet kunnen rijden. Daar was hij wel helemaal ziek van. Dat hij de motor niet eerder kon ophalen dan vrijdag heeft niets te maken met Hemelvaartsdag, want dat vieren ze daar niet. En dat in zo’n katholiek land. Het onderdeel was niet op tijd binnen. Dus was het weer een dag thuis blijven. We hebben weer een mooie rit gehad. Kwam halverwege tot de ontdekking dat we een stuk dezelfde klim hebben gereden als maandag, maar dan andersom. Zijn we nog langs de plek gekomen waar Rob stil kwam te staan. Verschillende stops gemaakt waar we veel mooie natuur konden aanschouwen, zoals mooie bergbeekjes. Je ziet op vele plaatsen het water van de berg af klotsen. Zeer indrukwekkend, ik heb ervan genoten. We waren weer mooi op tijd thuis. Daar hadden ze ook niet stil gezeten, want Anette kwam vragen of we zin hadden om vrijdagmiddag mee te gaan naar de wijnproeverij van Francesco Moser. Wij wilden eigenlijk gaan rijden, maar als Martin dit in zijn route wil verwerken is het prima. Martin heeft zijn route ook aangepast. Toen kwamen de jongelui met een voorstel om met zijn allen te gaan eten als afscheid, ook dat vonden we een leuk idee. Op vrijdag weer de gewone tijd in vol ornaat bij de receptie. We gaan langs de garage waar Joop zijn motor heeft staan om die op te halen. Hij gaat bij Rob achterop. Wat was hij blij toen hij weer op zijn motor kon stappen en kon gaan rijden. En weer kreeg de motor van Joop kuren, hij schakelde niet goed, maar hij kon wel verder. Bij de wijnproeverij aangekomen kregen we een uitleg van de dochter van Francesco Moser en haar man. Francesco zelf was naar de Giro Italia. Na de uitleg kregen we wijn te proeven, eerst een sprankelende witte moserende wijn de 51.151 dat was de tijd van het uur record uit 1984, daarna een zoete dessertwijn en weer later een rode Merlot. Men kon ook flessen wijn kopen en dat hebben we gedaan. Er stonden ook lekkere borrelhapjes, die we mogen pakken. Het was leuk verzorgd. Het was fijn om gezamenlijk te kunnen eten als afscheid, alleen konden ze het bij het restaurant niet bolwerken. We kregen dus al het eten door elkaar. Het serveren verliep chaotisch, voorgerechten en hoofdgerechten liepen geheel door elkaar. Thuis nog even een afzakkertje en dan naar bed. Vast wat dingen inpakken dan hoeft dat morgen niet meer. De afspraak is om 08.00 uur te vertrekken. Ondertussen zijn de heren even bij Joop wezen kijken hoe het met zijn motor was. Niet goed dus. De koppelingskabel was niet goed meer. Ze hebben hem provisorisch gemaakt. Ze zullen eerder vertrekken naar Bolzano om daar bij een garage een koppelingskabel er op te zetten. Joop is dit keer wel echt de sigaar. Zaterdag om ca 06.30 uur liep het alarm af, wassen en aankleden en verder de koffer inpakken. Om ca. 07.15 uur de 1e groep uitgezwaaid en daarna zijn wij naar voren gegaan, waar we de groep van Jan Willem nog hebben uitgezwaaid. Rob en Joop zijn een kwartier eerder vertrokken dan wij, Martin zou contact met hen houden. Wij zijn rond de klok van 08.00 uur vertrokken. Het was nog wat fris maar dat was te houden. We hebben weer een mooie rit gereden. Onderweg lag de sneeuw soms wel 1m dik en waaien dat het deed. Er lag op een parkeerplaats een grote plas water waar de wind overheen joeg, het waren net golven wat je zag. Het ging weer naar beneden, dus de temperatuur ging weer ietsjes omhoog, maar niet genoeg voor de tijd van het jaar. We zijn naar Bolzano gereden en hebben daar op een parkeerplaats gestaan en hebben dealer van Joop gebeld, maar ze waren er nog niet. Later weer gebeld. Ze waren intussen bij de dealer, Martin gaf aan door te rijden, ze zouden nog wel contact opnemen. Verder naar Oostenrijk. Ook weer door bergen en dalen maar niet zo hoog. We hebben een hele poos De Brenner-snelweg in het oog gehad. We hebben in Duitsland nog ergens geluncht en hebben weer contact gehad met Rob en Joop, die zaten inmiddels in Oostenrijk. Er is toen afgesproken dat ze in Duitsland gelijk de Autobahn namen en rechtstreeks naar het hotel moesten gaan. Wij hebben toen ook de Autobahn opgezocht. Ruimschoots op tijd zijn we in ons hotel aan gekomen. Na weer contact te hebben gehad met Joop bleek dat ze nog 100 km van het hotel vandaan waren. Het was voor ons ook al 21.00 uur voor we aan tafel gingen. We zijn maar vast begonnen. Toen we allemaal ons eten hadden, kwamen na enkele minuten Rob en Joop aangereden, dus onze groep was weer compleet. Ze hebben ook hun eten besteld en toen had ik nog een verrassing voor Martin. Ik had een fles wijn voor Martin gekocht bij de wijnproeverij en ik heb die fles wijn namens de hele groep aan Martin aangeboden met dank voor de goede zorgen en de mooie ritten die hij weer uitgezet heeft. Hier was het iedereen mee eens. Om 08.00 uur zondags zaten we weer aan het ontbijt en zijn rond de klok van 09.00 uur vertrokken voor de laatste etappe. Het was warempel droog en goed weer. We hebben weer een stuk Autobahn gehad en daarna een stuk toeristische route. Bij het laatste tankstation in Duitsland op de A 57 hebben we afscheid genomen van elkaar want wij gingen in Cuijk er af en de rest allemaal bij Gennep. Zo is er weer een eind gekomen aan een fantastisch mooie buitenlandse reis. Ik denk dat ik namens allemaal spreek als ik zeg dat alle toerleiders weer geweldige ritten in elkaar hebben gezet. Ook degenen die de excursie naar MV Agusta heeft verzorgd en niet te vergeten de wijnproeverij en het afscheidsetentje. Geweldig bedankt! |
Buitenlandse reis